Brandweer Vliegbasis Eindhoven Fire-Rescue Fire Rescue Holding B.V.
 
Home Organisatie Uitrukken How it works Fotogalerij Filmgalerij Nieuwsberichten
Regelgeving Constructie Rompindeling Toegang Vluchten Blusstof Brandbestrijding
Brandweer Vliegbasis Eindhoven > How it works > Constructie
Constructie
Om een vliegtuig te laten fuctioneren zijn de volgende sytemen nodig:
  • brandstofsysteem
  • hydraulisch systeem
  • elektrisch systeem
  • startsysteem
  • zuurstofsysteem

De constructie van civiele en militaire vliegtuigen is cilindervormig en bestaat uit rompspanten, onderling verbonden door dwarsliggers en langsverstijvers. Daar overheen zit de beplating geklonken of gelijmd. In de romp zijn ramen en deuren aangebracht. Op die plaatsen is de romp ook versterkt. Aan de romp zijn vleugels gemonteerd die tevens dienen als opslag voor brandstof. De vleugel zorgt door zijn vorm voor draagvormen.
Aan de vleugel bevinden zich beweegbare delen voor vergroting dan wel vermindering van de draagkracht. Dit zijn de flaps, slats en spoilers.
flaps
flaps zitten aan de achterzjde van een vleugel en vergrote tijdens de start en landing de oppervlakte van de vleugel. Door de flaps naar beneden te doen zal de vleugel meer draagvermogen krijgen en heeft het vliegtuig tijdens de start minder baanlengte nodig evenals als landing.
slats
slats zitten aan de voorzijde van de vleugel en zorgen ervoor dat bij geringe snelheid de vleugel voldoende draagvermogen heeft. Ze werken te gelijk met de flaps.
spoilers
spoilers ook wel luchtstroomverstoorders genoemd zitten aan de bovenzijde achterop de vleugel. Deze zorgen ervoor wanneer het vliegtuig contact maakt met de baan het vliegtuig tegen de baan wordt gedrukt waardoor de wielen goed contact houden. De piloot kan de spoilers en flaps tot de uiterste stand brengen om het vliegtuig snel te laten afremmen.

Aan het einde van de romp zit het staartgedeelte met een grote verticale vin (kielvlak) en twee kleine vleugels (stabilo's). Het achterste gedeelte van het kielvlak, het richtingsroer, is beweegbaar en zorgt voor de richtingsbesturing. Met behulp van twee hoogteroeren kan de hoogte veranderd worden. Rolroeren worden gebruikt bij het maken van bochten.

Zonder motoren kan een vliegtuig niet vliegen. Zij zorgen voor de voortstuwing. De motoren kunnen in de romp liggen, onder of op de vleugels of in de staart. Ook vinden we bij kleinere toestellen de motor voor op de neus. Binnen de brandweer worden de volgende soorten motoren onderscheiden.

  • zuigermotoren
  • straalmotoren, waaronder turbo-prop, turbo-fan en APU

Zuigermotoren
De meeste sportvliegtuigen zijn uitgerust met een zuigermotor, waarbij de zuiger plat tegenover elkaar liggen (de zogenaamde Boxermotor)    De motor is bij vliegtuigen te herkennen aan de brede, platte motorkap.

Straalmotor
een straalmotor is opgebouwd uit een as met schoepenwiel, de compressor. Door deze compressor wordt de lucht gecomprimeerd (samengeperst) en verder de motor ingedreven tot in de verbrandingskamers. Daar wordt brandstof aan het luchtmengsel toegevoegd, waarna het geheel ontbrand. Bij de verbranding van het mengsel zal een enorme volume vergroting plaatsvinden. 1 liter kerosine geeft bij verbranding 1700 liter verbrandingsgas. Dit uitlaatgas wordt met een grote kracht uit de achterzijde van de straalmotor geperst. Deze gassen drijven de turbine aan, die op zijn beurt via de as de compressor aandrijft. De uitlaatgassen verlaten de straalmotor via de straalpijp. Daardoor treedt het werkingsprincipe van de straalmotor in werking. De straal gas duwt de motor als het ware naar voren.

turbo-fanmotor
de turbo-fanmotor is een motor die veel stiller is dan een gewone straalmotor. Bij deze motor is de voorzijde van de compressor groter. Een groot deel van de aangezogen lucht gaan niet de verbrandingsmotor in aar wordt langs de buitenkant van de motor geblazen. De motor wordt ge´soleerd door de lucht. De nieuwere verkeersvliegtuigen worden met deze motoren uitgerust.

helikopter
De helikopter wijkt sterk af van de vleugelvliegtuigen. De constructie is veel lichter en de cabine is geen drukcabine. De motoren zitten boven op de romp en drijven een grote horizontale rotor en een kleine verticale rotor aan de staart aan. De meegevoerde brandstof zit in tanks onder de romp. De hoeveelheid is minder dan bij een vleugelvliegtuig. Sommige helikopters kunnen op het water landen.